Summary in Dutch (Nederlands)

Innovaties in transport en informatie communicatie technologie hebben ervoor gezorgd dat het blikveld van mensen en bedrijven steeds internationaler is geworden. Eén van de taken van onderwijsinstellingen is om studenten op deze internationale realiteit voor te bereiden, en educatieve reizen spelen hierbij een belangrijke rol. De afgelopen twee decennia zijn steeds meer studenten gaan deelnemen aan uitwisselingsprogramma’s, internationale stages en korte programma’s zoals studiereizen en ‘international research projects’. Echter, tegelijkertijd heeft het proces van globalisering ervoor gezorgd dat de oorspronkelijke voordelen van dergelijke ervaringen zijn afgenomen, bijvoorbeeld omdat het heden ten dage makkelijker is voor reizigers om zich aan te passen aan een vreemde omgeving. Ook is er vanuit het onderwijs de behoefte aan een herziening van de competenties die educatieve reizen zouden moeten voortbrengen, omdat de vraag naar meer professionele competenties is toegenomen. Het doel van dit onderzoek was om toe te werken naar een competentie raamwerk voor educatieve reizen en inzicht te krijgen in hoe het leren van deze competenties gerelateerd is aan overbruggen van culturele afstand. Gebaseerd op deze bevindingen heb ik  implicaties voor leerprogramma’s geformuleerd.

 

Omdat het onderzoeksveld zeer gefragmenteerd is, was een eerste bijdrage van dit onderzoek het uitvoeren van een literatuuronderzoek. De volgende stap was om een competentie raamwerk te ontwikkelen, bestaande uit cross-culturele competenties, management competenties en persoonlijke ontwikkeling. Dit raamwerk is gebaseerd op het literatuuronderzoek, maar vanwege het gebrek aan overeenstemming tussen onderzoekers, gebruikte ik twee aanvullende benaderingen om de validiteit van het raamwerk te versterken. Ten eerste heb ik onderzoek gedaan naar algemene theorieën over leren en de ontwikkeling van competenties, met speciale aandacht voor ‘experiential learning’ en schema theorie. Ten tweede heb ik gezocht naar veelgebruikte modellen in de verwante gebieden van management en ‘expatriation’. Tot slot gebruik ik in het tweede deel van mijn proefschrift de empirische studies van de internationale stage en het ‘international research project’ om te reflecteren op het initiële competentie raamwerk. De uitkomsten van dit onderzoeksproces zijn hieronder gevisualiseerd.

Competenties

 

Tijdens het onderzoek werden zowel individuele als contextuele factoren geïdentificeerd die het aanleren van competenties beïnvloeden. Individuele factoren betreffen motivatie en eerdere reiservaringen. Relevante contextuele factoren zijn lengte, lokale interactie, een gecontroleerde omgeving en culturele afstand. Een onderzoeksmogelijkheid werd geïdentificeerd ten aanzien van het concept culturele afstand. Mijn empirische analyses bevestigen dat culturele afstand nog steeds een relevant begrip is in het kader van educatieve reiservaringen. Ze illustreren dat hardnekkige verschillen in culturen ​nog steeds bestaan, ondanks de invloed van economische ontwikkeling en  wereldwijde technologische systemen. Het concept van culturele afstand kan betekenisvol worden toegelicht aan de hand van de waarden dimensies geïntroduceerd door Hofstede, Inglehart en Malewski, evenals een bewustwording van de interactie tussen specifieke culturele contexten.

 

Ofschoon educatieve reizen populair zijn, is er weinig onderzoek over gepubliceerd. Er zijn artikelen verschenen over de leereffecten van de uitwisselingen in het buitenland en studiereizen, maar er is weinig voorhanden ten aanzien van andere type educatieve reiservaringen. Recent is het belangrijker geworden om inzicht te krijgen in de professionele vaardigheden die educatieve reizen voortbrengen.  Ook korte educatieve reiservaringen zijn attractief. In dit licht heb ik empirisch onderzoek verricht naar zowel de internationale stage als het ‘international research project’.

 

Een enquête onder 967 internationale AIESEC stagiaires over de hele wereld laat zien dat ze van mening zijn veel cross-culturele competenties te leren. Deze competenties zijn lastiger te realiseren  voor studenten die reizen naar landen met lage inkomens, van een lage naar hoge machtafstand of meer collectivistische landen. In het bijzonder was het moeilijker voor studenten om de cultuur van het gastland te waarderen en te interacteren met de lokale bevolking. Deze groep studenten verwierf ook minder managementcompetenties op alle dimensies: technisch, intrapersoonlijk en interpersoonlijk.

 

Een kwalitatief onderzoek onder 116 deelnemers aan het ‘international research project’ analyseerde de belangrijkste competenties die studenten leren in elke competentie categorie. Deelnemers boeken een aanzienlijke vooruitgang in het ontwikkelen van hun management competenties en in mindere mate hun interculturele competenties. Ten aanzien van dit laatste  verging het studenten beter die in multiculturele teams werkten of afreisden naar historisch katholieke en communistische delen van Europa, Azië en Afrika. Persoonlijke ontwikkeling deed zich ook voor in de vorm van zelfbewustwording,  onafhankelijkheid en een meer flexibelere houding als gevolg van stressvolle teamwerk omstandigheden.

 

Ik heb de verzamelde informatie uit de literatuur studie en empirische analyses gebruikt om ​​inzicht te krijgen in hoe verschillende soorten educatieve reizen bijdragen aan het leren van competenties. Het ‘international research project’ lijkt minder voordelen te bieden op het gebied van cross-culturele competenties en persoonlijke ontwikkeling, dan een uitwisseling of stage in het buitenland. Echter, het project sluit goed aan bij de vraag van studenten voor kortere buitenlandse leerervaringen die een relatief hoge professionele waarde hebben.

 

In het algemeen bevestigt mijn onderzoek dat studenten een ​​aanzienlijke hoeveelheid competenties leren tijdens educatieve reizen, maar dat het leerproces soms wordt belemmerd door een gebrek aan realistisch beoordelingsvermogen, de korte duur van de ervaring, het terugtrekken in een ‘expat bubbel’ of matige werkomstandigheden. Een ondersteunende structuur zou studenten daarom helpen om meer uit hun buitenlandervaring te halen. Mijn aanbevelingen richten zich specifiek op leerprogramma’s. Uit mijn onderzoek blijkt dat het leren van cross-culturele competenties een balans vereist tussen enerzijds het bieden van steun aan studenten om ‘de kloof’ tussen de schema’s van het thuisland en gastland te overbruggen, en anderzijds hen zelfstandig te laten omgaan met de mentale spanningen om een gevoel van onafhankelijkheid te bewerkstelligen. Dit gezegd hebbende kan persoonlijke ontwikkeling alleen gerealiseerd worden als voldaan is aan ‘lagere’ behoeften, zoals gevoelens van veiligheid, verbondenheid en eigenwaarde. Daarom is cross- culturele training van groot belang voor studenten die reizen naar cultureel uitdagende, laag ontwikkelde landen.

 

Voorafgaand aan de reis naar het gastland kan het moeilijk zijn om studenten ontvankelijk te maken voor training met betrekking tot moeilijk te vatten concepten op het gebied van interculturele competenties en persoonlijke ontwikkeling. Binnen de pedagogische aanpak wordt dan juist reflectief leren van belang voor studenten, zowel tijdens als na verblijf in het buitenland, om de ervaring ten volle te begrijpen en hier lessen uit te trekken. Reflectief leren biedt verschillende voordelen. Ten eerste kan het studenten helpen concepten te begrijpen die aanvankelijk nogal vaag lijken zoals het concept van cultuur en ‘droge’ historische fenomenen zoals het communisme. Ten tweede kan reflectief leren studenten wijzen op competenties en dimensies van persoonlijke ontwikkeling die ze neigen over het hoofd te zien zoals het analyseren van ‘best practices’ of kansen op het gebied van internationaal zaken doen. Ten derde kan reflectief leren studenten helpen om hun eigen leerproces realistischer te beoordelen, bijvoorbeeld met behulp van Bennett’s ontwikkelingsmodel van interculturele sensitiviteit. Reflectie op managementcompetenties is wellicht in het bijzonder van belang voor stagiaires die in organisaties werken met een hoge machtsafstand. Een dergelijke oefening compenseert het gebrek aan feedback dat ze van collega’s en leidinggevenden ontvangen. Reflectie opdrachten kunnen studenten ook helpen tijdens hun terugkomst in het thuisland. Er is altijd het gevaar dat studenten hun nieuwe inzichten onvoldoende benutten door de druk van de dagelijkse gang van zaken en vertrouwde rolverwachtingen.

 

Leave a Reply